In vele toonaarden hebben de kranten en tijdschriften het bericht: Paul Van Ostaijen is dood. En dat klopt, want de dichter van middelbare-school-evergreens als Huldegedicht aan Singer,
Marc groet 's morgens de dingen
en Berceuse presque nègre stierf op zondag 18 maart 1928 in het sanatorium Le Vallon in Miavoye-Anthée. Vierendertig jaar daarvoor, op 22 februari 1896 werd hij geboren.

Zo gaan die dingen.
Men wordt geboren,
men maakt gedichten,
men sterft.

Bij Van Ostaijen is er echter meer aan de hand. Als een van de weinige Nederlandse schrijvers en dichters van voor de Grote Waterscheiding van de Tweede Wereldoorlog blijft hij in staat het lezerspubliek te amuseren, te verwonderen, tegen de haren in te strijken. Daarvoor heeft hij al die herdenkingen, tentoonstellingen en al dat geblaat in culturele supplementen en bijlagen niet nodig. Lees Metaphysische Jazz uit het nimmer tijdens zijn leven verschenen Feesten van Angst en Pijn, lees Jonge Lente uit zijn eerste bundel Music-Hall uit 1916 (oplage: 206), lees Aan Cendrars uit het nagelaten werk 'Eerste Boek van Schmoll'. Lees Van Ostaijen. En niet zijn herdenkers.
lees verder>> | TYP